vrijdag 12 februari 2016

Liever liefdevol lelijk

Een paar dagen geleden bevond ik mij in een Starbucks met een grote beker chocolademelk. De gebruikelijke onzin rond treinreizen en de ijzige wind hadden me de zoet geurende koffiezaak in gedwongen. Ik had nog twintig minuten en niks om handen, dus focuste ik me op het onschuldige tijdverdrijf van gesprekken afluisteren.

Al vrij snel had ik een drietal gespot wat de moeite waard leek om te beloeren. Een meisje wat ik iets ouder schatte dan mijzelf, met blonde high lights en laarzen met gespjes. Ze werd vergezeld door twee mensen die haar ouders waren, besloot ik. Ik kon me niet voorstellen wat een jong meisje anders met een verlept echtpaar in de Starbucks zou doen.

Van onder de tafel haalde moeder plotseling een plastic tas. Ze zette hem triomfantelijk op tafel en schoof hem naar de overzijde. De dochter keek verheugd, wat ik wel begreep. ‘Zomaar een kleinigheidje.’ murmelde mama. Cadeautjes zijn leuk. Tenminste, dat dacht ik. Tot ik het daadwerkelijke cadeau zag. Het was een beeldje van een schaap, beplakt met vale wol. Zo eentje die je altijd wel ziet in elke Xenos/Blokker/Action. En door zijn rode hoefjes en matchende hartjessjaal werd mij duidelijk dat het ook nog om een Valentijnsdaggezind schaap ging.

De dochter vond het schaap ‘echt superschattig’. Dat vond ik niet. Het schaap had stompzinnig kleine ogen. Een bijziend schaap, ontworpen door iemand die in de illusie leeft dat alles met kleine stipogen automatisch schattig is. Het was ook een tamelijk groot schaap, zo eentje dat nog daadwerkelijk ruimte in gaat nemen als je hem ergens weg wilt zetten. Je kan er bovendien niks mee, behalve uit het raam gooien en hopen dat het kapot valt. Want knuffelbaar is een stuk hard plastic met een schimmelig nepvachtje ook niet.

Wat moet men toch in godsnaam met al die lelijke spullen die verkocht worden rond feestdagen? Waarom is er plaats in deze wereld voor Valentijnsschapen, mechanische kerstmannen en thematisch geklede tuinkabouters? Compleet nutteloos, liefdeloos, en vooral gewoon erg lelijk. Ze staan ook allemaal griezelig hetzelfde in rijen opgesteld in winkels. Een gekloond leger van lelijkheid, het gezicht van de massaproductie en de industrie die het mogelijk maakt om sympathiek en origineel over te komen voor een euro of twee. Het ergste van dit alles is dat deze producten kunnen bestaan omdat ze blijkbaar gekocht worden. Cadeau gedaan door ouders aan blonde dochters onder het genot van een latte.


Ik heb niks tegen cadeautjes of feestdagen. Ik heb zelfs niet heel erg iets tegen Valentijnsdag. Als mensen zo nodig een dag tot het ultieme liefdesmoment willen verheffen, moeten ze dat vooral doen. Wel pleit ik voor een nieuw soort Cadeautjes Geven. Maak eens zelf een schaap. Van papier-maché. Brei een schaap. Haak een schaap. Klei een schaap. Wordt waarschijnlijk ook heel lelijk. Maar wel liefdevol lelijk. En persoonlijk. Laat iemand weten dat diegene leuk of lief of bijzonder is door er daadwerkelijk tijd in te stoppen. Een hard, nutteloos én onpersoonlijk object voor Valentijnsdag krijgen van je ouders. Ik ben blij dat het meisje met de laarsjes het schaap superschattig vond. Mijn hart zou gebroken zijn. 

dinsdag 15 december 2015

Alive and kicking

Sinds een ruime maand woon ik op mezelf. Een stap in mijn leven waar ik voorheen altijd zowel romantische gedachtes als angstzweterige dagmerries aan beleefde. Want uiteraard zou het leven zoveel makkelijker zijn als de collegezalen op loopafstand waren (en de kroeg vol jolige vrienden op rolafstand), maar ik kon ook uren peinzen over wat er allemaal mís zou kunnen gaan. Inmiddels heb ik mijn eerste maand dus overleefd. Het is tijd om wat conclusies te trekken, dus ziehier. Lessen die ik geleerd heb van op mezelf wonen:

1. Het 'Ik heb gekookt dus ik hoef niet af te wassen' argument geldt niet langer als je niet samen met andere mensen woont. Ik heb vier huisgenoten maar niemand trekt zich wat van elkaar aan, laat staan dat we elkaars afwas doen. We koken ook niet voor elkaar, dus eigenlijk valt er ook niks te verwijten.
2. In de buurt wonen van de plekken waar je moet zijn betekent niet dat je op tijd zult komen. (Zie punt 2 t/m 4) Voor het eerst in mijn leven bezit ik een tweepersoonsbed en sinds ik niet meer hoef te rennen om een bus of trein te halen, klamp ik me er 's ochtends elke mogelijke seconde aan vast, uiteraard met elke ledemaat zo ver mogelijk van de ander verwijderd omdat daar dus ruimte voor is.
3. In het centrum wonen betekent niet dat je ergens snel bent. Sterker nog, het betekent vooral dat je veel tijd kwijt bent aan het niet kunnen passeren van langzaam in coma zakkende bejaarden die samen met jou door te smalle maar o zo charmante steegjes heen fietsen.
4. Fietssloten roesten als de neten dus je hoeft nooit meer naar de sportschool om je armspieren te trainen. Je hoeft ook nooit meer te proberen ergens op tijd te komen want zelfs als je op tijd bent, ben je nog minimaal een kwartier bezig met jezelf pijnigen tot je fiets een keer op slot zit.
5. Er bestaat niet zoiets als een roest of weerbestendig fietsslot.
6. Gekookte aardappels zijn voorgoed verleden tijd. (Laten we even een moment nemen om erover na te denken waarom mensen überhaupt zoiets als gekookte aardappels eten. Je kan aardappels namelijk ook frituren. Of bakken. Of volproppen met lekkers en in de oven laten garen. Gekookte aardappels zijn een schande voor je tong en zonde van je tijd.) Ook een les overigens: koken is dus helemaal niet zo kut als ik altijd beweerd heb.
7. Het uren peinzen over wat er allemaal mis kon gaan, was eigenlijk voor niks. Het huis heeft nog niet in brand gestaan, ik heb nog geen inbrekers binnen gelaten. Het spookt wel een beetje in mijn kamer maar ik heb besloten dat ik dat niet per se ongezellig vind. Ik dans lekker door mijn kamer terwijl mijn spook ritmisch mee tikt op Alive And Kicking.
8. Alle tijd die je bespaart met niet meer in het openbaar vervoer zitten investeer je niet (zoals altijd voorgenomen) in praktische zaken, maar in koffie pauzes houden en excuusjes bedenken om in de kroeg te hangen, onder het mom van sociale verplichtingen en samen studeren.
9. Familieleden worden alleen maar liever als je ze minder vaak ziet, en de luxe van een grote douche en een wc waar je billen er niet af vriezen wordt meer gewaardeerd dan ooit. Net als overigens de bank, de tv en de open haard.
10. Het is een feest om je niet langer voor iemand het idee te hoeven wekken dat je zinnig of nuttig bezig bent. In bed eten. Veel te lang slapen. Guilty pleasure muzieklijsten op vol volume, hele lange pyjamadagen. Nutella uit de pot lepelen en heel veel rommel maken. Eten om 5 of 9 uur, kruipend thuiskomen en met kleren aan slapen. Allemaal dingen waar ik vooral mezelf mee heb, als ik er achteraf over nadenk. Maar op het moment suprême is het werkelijk heerlijk om aan helemaal niemand uit te leggen of te verantwoorden wat je aan het doen bent.

woensdag 22 juli 2015

Een smiecht van een schoudertas

Toen ik een meisje op de middelbare school was, keek ik altijd met enige bewondering naar meisjes met hand en schoudertassen in de klas. Ik had een rugzak. Een eastpack, de enige juiste tas die je kon kopen toen ik naar de eerste ging. Maar ergens in de bovenbouw begon het me op te vallen hoe het modebewustere volk niet meer aan rugzak was. Meisjes liepen met tassen die je ofwel in het knikbare gedeelte van je arm draagt, ofwel over de schouder. In deze tassen zat meestal welgeteld één pen. De boeken lagen in de kluis en werden alleen gehaald als de docent er expliciet om vroeg, een excuus om een kwartier weg te blijven en een zakje skittles te halen.

Inmiddels ben ook ik eigenaar van zowel een heuse schoudertas als zo'n linnen hipster geval. Ik ben een laatbloeier op tassengebied. Mijn conclusie is; hippe mensen lijden pijn. Schoudertassen doen niks anders dan de mensheid verraden. Ik snap inmiddels waarom mijn voormalige klasgenoten de tassen zo min mogelijk gevuld hielden. Schoudertassen hangen namelijk oncomfortabel op het pezige indeukbare schoudergedeelte en als je er spullen in doet, krijg je pijn en ga je raar lopen. Daar komt bij dat de tassen vooral voor het oog en niet voor de praktijk zijn. Mijn schouderband heeft het al meerdere malen begeven omdat ik er daadwerkelijk spullen in probeerde te vervoeren. Rookie mistake.

Het ultieme verraad kwam echter gisteren. Het was zonnig en ik droeg een jurk die je eventueel van voren helemaal open zou kunnen knopen, mocht je daar behoefte aan hebben. Ik knoop hem natuurlijk helemaal dicht want daar, kinders, zijn knopen voor. Ik liep door de zonnige straten van Leiden in een buitengewoon goed humeur. Mijn volledige focus lag tijdens het lopen op de onderkant van de jurk, die door schoudertassen nogal eens stilletjes aan omhoog gehesen wordt. Jurken en rokjes zorgen altijd voor een zeker ongemak (zie mijn oude blog over rokjes met alle redenen hier) maar met behulp van kwaadaardige schoudertassen zie je zomers echt hele billenparades voorbij komen. Smiechtige, smiechtige schoudertas. Mijn billen leken echter voldoende bedekt te blijven, en dus wandelde ik blij door de zon en kon alleen maar concluderen dat het gestaar van enge mannen gewoon door de algemeen zomerse outfit kwam.

Niks bleek natuurlijk minder waar. Terwijl de tas mij van onderen afgeleid had, was de schouderband aan het saboteren gegaan. Ik weet niet hoe lang ik precies vrijwel volledig onbedekt in mijn bh heb gelopen, maar blijkbaar was de schouderband in staat knopen los te maken. Mijn zorgvuldig dichtgeknoopte knopen. Ik verdacht eerst de jurk zelf van lamlendigheid, maar nadat ik alles met een rood hoofd weer bedekt had was ik nog geen 5 seconde later getuige van het wonderbaarlijke schouwspel. Met zonder handen, zo drie knopen los. Mijn humeur was daarna een stuk minder goed, en de tas heb ik de rest van de dag ongemakkelijk in mijn armholte gehangen.

PS: Behalve teleurstelling over het verraad van mijn schoudertas, ben ik ook teleurgesteld in de mensheid. Ongeacht of je met een levensgrote klodder tandpasta op je neus loopt, koploper in de bilparade bent of gewoon onvrijwillig alles naar buiten laat hangen, er zal nooit iemand zijn die je waarschuwt. Alsjeblieft, doe de minder handige mensen in dit leven een plezier en geef ons een seintje. Ik weet het, het is gênant om te zeggen. Maar het is nog veel gênanter om mee rond te lopen.